Vrienden of juist niet (2)

Vrienden of juist niet (2)

Afgelopen week kreeg ik een reactie op de column van Harry Peters die met het volgende verhaal kwam. Op het platteland werden er destijds in menig huishouden twee varkens vetgemest,  achter op de deel. Eentje was er bestemd voor de huisslacht, de ander werd verkocht aan de slager. Twee varkens zouden beter groeien dan wanneer zo’n dier in zijn eentje gehouden werd, bij het eten schrokten ze, om de woorden van Harry te gebruiken, tegen elkaar op.

Begon je met twee biggen die uit dezelfde toom kwamen, dan was er niets aan de hand, alles pais en vree. Maar o wee als de twee elkaar niet kenden, dan was het knokken geblazen, tot bloedens toe. Om dit te voorkomen haalde men een truc uit. De biggen werden allebei ingesmeerd met een broodpapje en begonnen elkaar prompt af te likken. Vrienden voor het leven, hoe kort dat leven ook mocht zijn. Zo’n zelfde insmeertruc wordt wel vaker uitgehaald, bijvoorbeeld bij schapen. De lammertijd is voor menig schapenhouder een tijd van topdrukte. Als je veel schapen hebt, dan kan je dat een hoop nachtrust kosten in een betrekkelijk korte periode want, zoals u wellicht weet, worden verreweg de meeste lammeren in het voorjaar geboren. Melkgeiten zijn aardig voor hun baas, die lammeren niet af als het donker is en doen dit dus netjes overdag. Schapen niet, die trekken zich nergens wat van aan, met als gevolg dat menig schapenhouder na een paar weken als een zombie rondloopt omdat hij of zij nacht na nacht het bed uit moet om die dieren te helpen die met geboorteproblemen te kampen hebben. Als je dan nog eens de pech hebt dat je een of meer moederloze lammeren hebt, dan zul je ook nog eens de fles moeten geven, een klusje dat buiten de kantooruren gewoon doorgaat. Stel, je hebt 40 ooien die moeten aflammeren. Dan is het helemaal niet ongewoon dat er een schaap tussenloopt waarbij de lammeren dood ter wereld komen, de oorzaken hiervoor kunnen legio zijn. Dan heb je dus een ooi zonder lammeren maar wel met een uier vol melk. Ik heb menigmaal een schapenhouder pogingen zien doen om zo’n ooi een moederloos lam van een andere ooi ‘aan te smeren’. Het lam werd dan ingesmeerd met de nageboorte of het vruchtwater van de doodgeboren lammeren in de hoop dat het schaap dit lam zou accepteren als een lam van haarzelf. Heb je een dom schaap of een dier met buitengewone moedergevoelens, dan heeft dit kans van slagen. En, hoe jonger het lam, des te beter, het heeft niet veel zin om hiervoor een lam te pakken dat al bijna naar school gaat. Maar ja, een beetje snuggere ooi trapt hier natuurlijk niet in. Die denkt waarschijnlijk, kom jij maar lekker zelf je bed uit.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Dierenartsenpraktijk Oost Betuwe   Lingewal 2a   6681 LJ Bemmel    tel: 0481 - 461627 info@dap-oost-betuwe.nl