Wel of geen vaccinatie

Wel of geen vaccinatie

Onlangs had ik een 12-jarige hond op het spreekuur die als pup de basisvaccinaties had gekregen en daarna nooit meer een dierenarts had gezien. De eigenaar vroeg zich af of ik dit achteraf als onverantwoord zou willen betitelen en of zijn hond al die jaren gewoon mazzel had gehad. Dat laatste kon ik volmondig beamen want welke hond heeft nou niet op zijn tijd een fikse diarree, rare bultjes, rooie oortjes of vlekkies in zijn nek om maar eens wat te noemen?

In ieder geval iets dat de gang naar Canossa zou rechtvaardigen. Maar met dat ‘onverantwoord’ doelde hij natuurlijk op het niet geven van een jaarlijkse vaccinatie en die vraag beantwoorden, dat is een verdraaid lastig verhaal. Waar enten we tegen met onze zogenaamde cocktailenting? Tegen een aantal virusziekten, te weten hondenziekte, hepatitis en parvovirus. Geen van allen misselijke ziektes, ieder op zich gemeen genoeg om je hond het loodje te laten leggen. Na een tweetal vaccinaties op jonge leeftijd, waarbij ik maar even in het midden laat of je hier nu al op 9-weken leeftijd mee moet beginnen of enkele weken later aangezien hierover ook al de nodige discussie bestaat, heeft de hond minimaal 3 jaar bescherming opgebouwd tegen deze virusziekten. Je zult verschillende publicaties kunnen vinden waarin aangegeven wordt dat deze bescherming langer duurt en mogelijk zelfs levenslang is. Daarnaast wordt er geënt tegen paraïnfluenza, een soort verkoudheidsvirus, vaak als voorloper van kennelhoest, die ook drie jaar zou beschermen. Tot zover de virussen want de laatste entcomponent is een bacteriële aandoening, de leptospirose ofwel ziekte van Weil. Een basisenting hiermee geeft geen lange bescherming, als je alle informatie hierover op een grote hoop veegt, dan sowieso minder dan een jaar. Wil je jouw dier hier voldoende tegen beschermen, dan is een jaarlijkse enting dus zeker gewenst. Ook hier zit er een maar aan, we enten namelijk tegen twee zogenaamde serotypes, de icterohemorrhagica en canicola, maar er zijn geluiden die erop wijzen dat mogelijk ook andere serotypes een rol kunnen spelen bij de ziekte van Weil bij de hond. Wat nu? Aan de verhalen dat een enting een hond meer kwaad doet dan goed, hecht ik persoonlijk niet zoveel geloof. Mits het dier op het moment van enting in orde is en dit niet gecombineerd wordt met andere zaken zoals bepaald medicijngebruik of een operatieve ingreep. Misschien is het grootste voordeel van een jaarlijkse gang naar de dierenarts nog wel dat het dier wordt nagekeken. Zo had ik bijvoorbeeld een Lakeland terrier op het spreekuur die een testikeltumor bleek te hebben en dit was de eigenaar nog niet opgevallen. Maar, gelukkig, mooi op tijd ontdekt, al gaat hij inmiddels wel zonder geluk door het leven, als u begrijpt wat ik bedoel.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Aanmelden nieuwsbrief

Dierenartsenpraktijk Oost Betuwe   Lingewal 2a   6681 LJ Bemmel    tel: 0481 - 461627 info@dap-oost-betuwe.nl