Gehinnik en geloei

Gehinnik en geloei

Het spreekuur was uitgelopen. Soms heb je dat, iemand die met twee poezen zou komen, had er drie meegenomen, een hond met een oorprobleem bleek ook al drie weken kreupel te lopen, en meer van dat soort dingen, waardoor je tijdsplanning volledig in de soep kan lopen. De volgende patiënt was een hoestende hond, behorend bij een druk vrouwtje, druk bezet en druk pratend. Ik voelde het al aankomen,

dit zou geen tijdwinst op gaan leveren. Ze begon te praten en zou daar niet meer mee ophouden. Je hebt van die mensen, als je er voor een dubbeltje ingooit, dan komt er voor een kwartje uitrollen, zo’n typetje dus. Ja, hij hoestte nu al vijf dagen. Of nee, het kon ook vier dagen zijn. Steeds als hij buiten kwam. Of uit zijn mand kwam. Of als hij blafte. Ze hield abrupt haar mond. Er klonk paardengehinnik. Een steeds luider klinkend paardengehinnik. Ze frummelde wat in haar zakken en nam haar mobieltje op. “Dit is mijn dochter” zei ze, blijkbaar in de veronderstelling dat ik het ook wel fijn zou vinden om te weten wie er aan de andere kant van de lijn hing. “Wat? Nee, ik ben bij de dierenarts. Die is uitgelopen, ja”. Ze babbelde nog even door en het gesprek werd afgerond, we konden verder. Ik had inmiddels mijn stethoscoop gepakt om de hond te beluisteren. Ik had hem nog niet op de ribwand gezet, of mevrouw begon weer te praten. Dan kun je drie dingen doen. Net doen of je niets in de gaten hebt en de hond, door het geroezemoes heen, proberen te beluisteren, op het gevaar af dat die mevrouw op dat moment wel iets zegt dat enigszins van belang is. Je kan ook één poot van je stethoscoop uit je oor halen en ondertussen zowel de hond beluisteren als mevrouw aanhoren. Dat lukt u misschien, maar mij toch echt niet. Of je richt alle aandacht op wat er gezegd wordt. Ik besloot tot het laatste. “Hij hoest ook zo, hoe zal ik het zeggen, zo hoestbuierig.” Ze ging nog even door, maar zie daar, leve het tijdperk van de kleine wereld. Er klonk een geluid dat mijn kat ook wel eens maakt als ik haar op de staart trap. “Dat is mijn man” zei ze en nam opnieuw haar telefoon ter hand. “Nou, ik ben nog bij de dierenarts, die is namelijk uitgelopen.”  En hoe zou dat nou toch komen, dacht ik en bezat ondertussen mijn ziel in lijdzaamheid. “Joop was wat eerder thuis” zei ze en borg de telefoon weer op. Vond ik toch wel fijn voor Joop, niet zo’n lange dag gehad bedoel ik. Ik liep na het spreekuur ons kantoor binnen alwaar mijn collega bezig was met wat administratieve werkzaamheden. Rust, heerlijke rust. Wat was het eerste geluid dat de stilte verbrak? Koeiengeloei. Heb geen meelij, ik raak er al aan gewend. Koeiengeloei. Inderdaad ja, een drukbezet man, die collega van mij.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Aanmelden nieuwsbrief

Dierenartsenpraktijk Oost Betuwe   Lingewal 2a   6681 LJ Bemmel    tel: 0481 - 461627 info@dap-oost-betuwe.nl