De schlemiel

De schlemiel

Er zijn van die situaties waarin je op je klompen aanvoelt: dit gaat hem niet worden, wat ik ook doe of ga doen, ik ben straks de schlemiel. Ik werd naar de verlossing van een schaap gestuurd bij een oudere meneer. Ik ken hem verder niet zo goed, maar het is bij hem een wat rommelige bedoening en ik weet uit ervaring dat hij het niet zo nauw neemt met de zorg voor zijn levende have. Daar aangekomen zag ik drie jonge meiden bij de schuur rondhangen,

in afwachting van wat er ging gebeuren. De oudere heer kwam mij tegemoet en gelukkig, er dook nog iemand anders op, iemand die ik wat beter ken en waarvan ik wist dat je daarvan tenminste iets kon verwachten als het op hulp aankwam. We liepen door de wei, richting de schuur en het meidengekwebbel kwam ons al tegemoet. Mobieltje annex filmcamera in de aanslag. “Bent u de dokter?” vroeg een van hen. Ik moest haar teleurstellen. “Ja, dat ben ik” zei ik, in de wetenschap dat ik nou niet bepaald beantwoord aan het ideaalbeeld van de jonge, knappe, vlotte dierendokter zoals die opduikt in menig docudrama over zieke zielige dieren. Toegegeven, ik kom een heel eind, maar toch. We stapten het hok in en het schaap bleef staan. Een veeg teken. Het dier was vermoeid. Mijn helper hield het schaap vast, ik deed wat glijmiddel op mijn hand en nam poolshoogte in het geboortekanaal van de ooi: het voelde droog en stroef aan. “Het heeft veel te lang geduurd” zei mijn helper zachtjes tegen mij. “Moet ik het schaap vasthouden?” vroeg een van de meiden, om er direct tegen een van haar vriendinnen aan tot te voegen: “Er zit maar één minuut film op de camera, hoor” terwijl ze haar dat ding in de handen duwde. “Nee, dat hoeft niet” zei ik, ongetwijfeld opnieuw voor enige teleurstelling zorgend. Ik deed touwtjes aan de poten, duwde ze voorzichtig terug in de baarmoeder, en ging op zoek naar de kop van het lam. Dit verliep moeizaam, ik moest diep met mijn arm het schaap in om enige grip te krijgen wat hoorbaar een golf van medelijden teweegbracht binnen de meidengroep. “Oh, wat zielig.” Jullie moesten eens weten, dacht ik. Ook mijn helper had allang in de gaten dat het lam zo dood was als een pier. Uiteindelijk had ik de kop in het bekken gebracht en kon het trekken beginnen. Met heel veel moeite kon het lam verlost worden en het eindresultaat was nou niet om vrolijk van te worden: een groot, doodgeboren lam en een uitgeputte ooi. Ik had mijn werk gedaan zoals het gedaan moest worden maar hoefde echt niet op applaus van het publiek te rekenen. Een voor een dropen de bakvissen af. Soms ben je de held en soms de schlemiel, ik zal het er mee moeten doen.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Aanmelden nieuwsbrief

Dierenartsenpraktijk Oost Betuwe   Lingewal 2a   6681 LJ Bemmel    tel: 0481 - 461627 info@dap-oost-betuwe.nl