1773

Uitbraken van besmettelijke dierziekten zijn van alle tijden en zo ook in 1732 zoals beschreven staat in de Annalen van het Elisabeth Convent in Huissen. Dit iaer heeft God met verscheyde plaegen eenige Landen, Provincien en Ryken besogt. De eerste plaege is geweest onder het hoorn-vee en paerden. De schrick int begin was groot maar niet de schade.

Drie paarden en twintig runderen waren aangetast maar op deze plek is er niet eentje gestorven. Dat was op andere plaatsen wel anders. Het ging om een epidemie van tongblaar die vanuit Frankrijk via aangrenzende landen Nederland bereikte. Dieren die ziek werden, konden hieraan binnen een dag bezwijken dus je kunt gerust spreken van een wel erg heftig verhaal. Lange tijd is gedacht dat het om een vorm van mond- en klauwzeer ging maar die vlieger gaat niet op, simpelweg omdat paarden niet gevoelig zijn voor dit virus. Dieren die aangetast werden kregen allereerst blaasjes op, onder of aan de zijkant van de tong. Deze waren wit tot geel van kleur, werden daarna rood en tenslotte zwart. Het vervolg is wat onsmakelijk. Als de blaas doorbreekt, blijft er een kankerachtige zweer achter die in een mum van tijd de wortel van de tong bereikt en hierin zo snel doorwoekert, dat de tong eruit valt. Einde oefening natuurlijk voor zo’n beest. Dus was het zaak het niet zover te laten komen en de blaasjes meteen aan te pakken. Dit deed men door deze met een soort schrapertje uit te pellen, de steel hiervan kon van hout of ijzer zijn maar het halfronde blad waarmee geschraapt werd moest van zilver zijn. Hierbij moest de kop van het dier omlaag gehouden worden, want men had wel in de gaten, als het dier de smetstof zou inslikken, dat kon niet goed zijn. Dat zal de nodige poppenkast gegeven hebben want van verdoven was natuurlijk nog geen sprake. Daarna moesten de wondjes behandeld worden waarbij de handboeken uit die tijd vol staan met aanwijzingen, variërend van wijnazijn tot zout, van honing tot de meest fantastische kruidenmengsels. Blijft natuurlijk de vraag, waardoor die tongblaar werd veroorzaakt. Een ding is zeker, het is een ziektebeeld dat we in deze vorm niet meer kennen. De meeste publicaties wijzen in de richting van een vorm van miltvuur, wat wel verklaart waarom de tongblaar zo ongelooflijk veel slachtoffers kon maken. Zo stierven er bij een latere epidemie in 1745 ongeveer 135.000 koeien in Friesland en dat op een geschatte populatie van 160.000 stuks. Maar in het klooster van Huissen waren ze de uitbraak goed de baas, ook al omdat het zilveren instrument waarmee gekrabd werd, tussendoor in het vuur werd uitgebrand en de handjes gewassen. Wakkere lieden, daar in Huissen, ook al omdat er niet versuymt moet worden twee of drie maal daaghs de beesten te visiteeren.   

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn

Aanmelden nieuwsbrief

Dierenartsenpraktijk Oost Betuwe   Lingewal 2a   6681 LJ Bemmel    tel: 0481 - 461627 info@dap-oost-betuwe.nl