Niet goed bezig
Een week of wat geleden schreef ik over een Labrador Retriever die ik verdacht van E.I.C. , exercise induced collaps. Bij grote inspanning en vooral als dit gepaard gaat met de nodige stress, kan een dier met deze aandoening plotseling in de achterhand verlamd raken. Meestal zal de situatie na enige tijd weer normaal zijn maar er zijn gevallen bekend waarbij dit fataal afliep. De aandoening is erfelijk en de eigenaar besloot haar hond genetisch te laten onderzoeken bij het van Haeringenlab in Wageningen. Ze stuurde monsters in van het wangslijmvlies en de hond bleek inderdaad erfelijk belast te zijn. Ze vertelde mij dat ze aanvankelijk wilde gaan fokken met deze hond maar dat zij daar nu absoluut van af ziet. Petje af, mevrouw, was iedere fokker maar zo wijs. Goedbeschouwd is onze hondenfokkerij maar een zielige wanvertoning. Hondenshows, we zouden daar eigenlijk radicaal mee moeten kappen. Daar lopen de zogenaamd mooiste honden rond, dieren die het meest voldoen aan de eisen die aan het uiterlijk worden gesteld in de rasstandaard. Maar mooi van buiten wil nog niet zeggen mooi van binnen. Alleen met een elitair groepje van de mooiste honden fokken we verder met als resultaat een inteelt van jewelste. Het gevolg hiervan is een lijst met erfelijke aandoeningen waar je niet goed van wordt. En dus schaft u op een mooie dag zonder het te weten een pup aan die mogelijk een heleboel ellende te wachten staat en die navenant een korter leven beschoren is. Als je weet, om maar een voorbeeld te noemen, dat de Berner Sennenhond vooral als gevolg van een erfelijke kanker gemiddeld maar 7 jaar oud wordt, dan is dat toch dieptreurig. De genetische onderlinge verschillen binnen een ras nemen in rap tempo af. Zo las ik over de resultaten van een Brits onderzoek waarbij er bekeken werd hoeveel reutjes en teefjes per generatie aan de voortplanting deelnamen. Dit bleken er bij 6 van de 10 onderzochte rassen minder dan 50 te zijn. Zoiets moet toch wel tot problemen leiden. Minder dan 50, en dat op een populatie, zoals bij de Boxer, van meer dan 44.000 honden. Als er bij een fokdier een erfelijke afwijking in de genen opduikt, dan zal deze afwijking aan vele nakomelingen worden doorgegeven, dat is onvermijdelijk. Zo is het ook misgegaan bij de Cavalier King Charles, door het steeds maar fokken op een kleine kop. Bijna alle honden van de huidige generatie lopen nu rond met een te kleine kop, eentje waar de hersens amper nog inpassen. Menig hond heeft er letterlijk koppijn van. Is het echt zo erg in de fokkerij? Ja dat is het. Als je op een populatie van tienduizenden dieren er slechts 50 laat zorgen voor nakomelingen, dan ben je niet goed bezig.
|