De wonderdokter
U zult die ervaring ook wel eens hebben gehad, dat je ergens een tijd mee in de weer bent geweest en dat je achteraf kunt concluderen dat het allemaal maar weinig op de klos heeft gehad. Zo werd ik ‘s morgens om 8 uur gebeld door de assistente met de mededeling dat er op de stadsboerderij een koe aan de grond lag. Zoiets laat je niet op zijn beloop en dus ging ik, in de stromende regen, midden door de stadsdrukte, op weg, richting krakkemikkige koe. Een half uur later stapte ik uit de auto. “Ze ligt in de potstal” zei de beheerder die ik voor het gemak maar even Martin zal noemen, iemand die daar al jaren werkt en zo langzamerhand wel weet of er echt iets loos is of niet. De koe bleek geen koe maar een pink te zijn, een rund dat zo rond de dekrijpe leeftijd zit. Ze lag plat op de zij, midden in de stal, op een dikke laag stro. “Ik heb echt alle trucjes die ik ken uitgeprobeerd, maar ze wil niet overeind” zei de beheerder. Wat kun je verwachten in zo’n geval? Een jong dier dat niet kan staan, dan moet je in ieder geval rekening houden met een botbreuk, maar daar kreeg ik geen aanwijzingen voor. Wel zag ik dat een van de achterpoten wat dikker was maar het buigen en strekken van de poot was niet pijnlijk. “Weet je wat, we zullen haar eerst eens even op de buik rollen” zei ik tegen Martin. Hij trok het dier aan de staart, ik stond te sleuren bij de kop en twee stagiaires duwden tegen de rug. In een mum van tijd lag ze op haar buik. En in een mum van tijd besloot ze om dan ook maar gelijk op te staan. Ze keek eens rond met een blik van ‘wat doe ik hier’ en liep vervolgens de stal in. De beheerder keek mij vol ongeloof aan. “En daar heb ik je door dat pokkenweer dat hele eind voor laten komen. Echt hoor, ik heb alles uit de kast gehaald om dat beest in de benen te krijgen.” Hij schudde niet begrijpend het hoofd. “Je weet toch dat ik een wonderdokter ben” zei ik. Ik weet ook niet waarom ik dat zei, het floepte eruit voor ik er erg in had. Een ogenblik keek hij mij aan, liep toen op mij toe en gaf mij zonder wat te zeggen op allebei de wangen een zoen. “Kijk”, zei ik tegen de stagiaires, “van die man kunnen jullie nog wat leren.” Ze lachten wat, maar daar bleef het dan ook bij. Ik stapte weer in de auto en was al met al een uur later op de praktijk dan gewoonlijk. Nog weinig tot niets gedaan en toch een voldaan gevoel. Het kan verkeren.
|