• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Home Start Columns Hans van Zoolingen
Het hijgend hert PDF Afdrukken E-mail

Het hijgend hert

Het mannetje in de wachtkamer had alle tijd van de wereld. Hij wachtte rustig af tot hij aan de beurt was om zijn verhaal te kunnen doen aan de assistente. Hij vertelde dat hij de zorg had voor een hertenkampje en dat daar een hert rondliep met barensnood. Op zich is het al bijzonder als iemand hier zo rustig onder blijft, maar voor vele mensen zou alleen al de toestand waarin dit hert verkeerde, een reden tot grote paniek zijn. Er hing alleen maar een kopje uit terwijl het dier onophoudelijk en afwisselend ging liggen en persen, opstaan en lopen. Wat hij hier mee aan moest, zo luidde de vraag. De assistente belde mij meteen op en na het verhaal gehoord te hebben, liet ik haar tegen ons mannetje zeggen dat ik binnen een kwartier bij het hertenkamp zou zijn. Daar aangekomen, stond hij mij doodgemoedereerd op te wachten. “Daar loopt ze”, zei hij, wijzend op de hinde die in een met hoge hekken omzoomde wei liep van ongeveer 10 bij 30 meter. “Misschien kunnen we haar wel pakken.” Ik keek hem vol ongeloof aan, me verbazend over zoveel aandoenlijke naïviteit. Met z’n tweetjes een hert vangen in een weide met dergelijke afmetingen zou een prestatie zijn van Olympische proporties en dat zag ik ons toch echt niet voor elkaar krijgen. Een paar stappen in de wei zag ook hem het onmogelijke van zijn voorstel inzien. “We zullen haar op afstand moeten zien te verdoven met het verdovingspistool” zei ik. Twee telefoontjes later was ik een illusie armer. De twee collega’s die zo’n geweer in bezit hebben, waren met een zeer legitieme reden verhinderd. “Wat nu?” zei het mannetje, daarmee impliciet aangevend dat ik van hem geen constructieve bijdrage aan de oplossing van ons probleem hoefde te verwachten. In een ooghoek had ik een paar hoge hekken zien staan, die dingen die je ook wel rond bouwputten ziet staan. Wellicht was het hert daarmee te vangen. Volgende probleem: mankracht. Het mannetje kon desgewenst voor welgeteld één ander mannetje zorgen. Ik belde met de assistente op de praktijk. “Hoeveel mensen kun je op dit moment missen?” vroeg ik. “Twee” was het antwoord. “Stuur er dan maar drie” zei ik. Even later arriveerden er een dierenarts, een assistente en een stagiaire, alle drie van het kaliber ‘niet zeuren maar aanpakken’. In no time stond er een fuik opgesteld voor het hert, klapte de val dicht, en werd het dier besprongen en op de grond geduwd. Ik dook achter het hert, wist het jong goed te leggen en verloste het dier. Even later stonden we van een afstandje te kijken naar een uitpuffend hert, duidelijk nog beduusd van wat haar zojuist was overkomen. “Ik vind dat jij er maar rare ideeën op nahoudt als het om een praktijkuitje gaat” hoorde ik iemand zeggen.